Maak je teksten actief

Door je teksten in de actieve vorm te zetten breng je er meer vaart in en spreek je je lezer directer aan. Een bijkomend voordeel is dat je je teksten bondiger maakt. Een paar voorbeelden.

1. U wordt verzocht de formulieren ingevuld te retourneren.
Deze zin staat in de passieve vorm (lijdende vorm). Een van de kenmerken daarvan is het werkwoord worden. Er staat niet bij wie het verzoek doet. Ik kan de zin lezen zonder me direct aangesproken te voelen. Ik kan de tekst vanaf een afstandje bekijken.

2. Wij verzoeken u de formulieren ingevuld te retourneren.
Deze zin staat al in de actieve vorm. Het werkwoord worden staat er niet meer in en het is duidelijk wie het verzoek doen: wij. De nadruk ligt nog wel bij ‘Wij verzoeken’. Het kan nog iets actiever.

3. Wilt u de formulieren ingevuld retourneren?
Als je echt een beroep op je lezer wilt doen, spreek je lezer dan ook direct aan. In deze zin ligt de nadruk bij ‘Wilt u’, bij wat de lezer moet doen en niet meer bij wat wij doen.

Overigens is het juist handig gebruik te maken van de lijdende vorm, als de handelende persoon op de achtergrond moet blijven.
Er wordt gezegd dat hij de dader is. Je wilt niet prijsgeven wie dat heeft gezegd.