Houd in een zin bij elkaar wat bij elkaar hoort

Wat is nou een kenmerk van een goed geformuleerde en prettig leesbare zin? Dat is een vraag die ik regelmatig hoor in trainingen. Ik geef je graag een tip. Een gouden schrijfregel is dat je in een zin vooral bij elkaar moet houden wat bij elkaar hoort. Dat betekent dat je bijvoorbeeld geen tussenzinnen en tangconstructies moet gebruiken. Die regel heeft ook consequenties voor de woordvolgorde in een zin.

Enkele voorbeelden
1. De ondernemingsraad heeft – en dat kan iedereen bevestigen – zijn achterban te laat geïnformeerd over de stand van zaken.
2. Merel geeft de fles aan de baby die zij uit de magnetron haalt.
3. Mannen kiezer vaker ijs dan vrouwen als dessert.

Ad 1 Tussenzinnen
In deze voorbeeldzin is een tussenzin verwerkt, die overigens wel gevisualiseerd is door de twee streepjes. Toch is een tussenzin voor de lezer niet prettig. De informatie uit de tussenzin kun je beter vooraan of achteraan verwerken. Je kunt er ook een losse zin van maken. In deze zin is de primaire mededeling dat de ondernemingsraad zijn achterban te laat geïnformeerd heeft over de stand van zaken. Die primaire mededeling onderbreek je niet.

Ad 2 Tangconstructies
Bij een tangconstructie horen het begin en het einde bij elkaar en daar staat iets tussen waardoor er verwarring kan ontstaan.

Ad 3 Woordvolgorde
De derde voorbeeldzin is niet eenduidig geformuleerd. Je weet eigenlijk wel wat er bedoeld wordt, maar je kunt de zin ook anders opvatten. Als je de woorden die bij elkaar horen bij elkaar zet, is de betekenis volstrekt helder.

Als ik deze gouden schrijfregel toepas bij de voorbeeldzinnen, dan ontstaan er goed geformuleerde en prettig leesbare zinnen. Lees maar mee.
1. De ondernemingsraad heeft zijn achterban te laat geïnformeerd over de stand van zaken. Dat kan iedereen bevestigen.
2. Merel haalt de fles uit de magnetron en geeft deze aan de baby.
3. Mannen kiezen vaker dan vrouwen ijs als dessert.