De werkwoorden zullen en willen zijn vaak overbodig

De werkwoorden zullen en willen zijn vaak overbodig.

Zullen
Dit is het werkwoord van de toekomende tijd. Als je een gebeurtenis beschrijft die pas over tien jaar plaatsvindt, dan gebruik je vaak het werkwoord zullen. Zullen is ook het werkwoord waarmee je een zekere twijfel kunt uitdrukken. Het zal wel zo zijn dat… Je weet het niet helemaal zeker.

Als dat allemaal geen rol speelt, kun je zullen beter vermijden. Je maakt je tekst daardoor krachtiger en korter.

Een voorbeeld:
We zullen de mogelijkheden gaan inventariseren  We inventariseren de mogelijkheden.

Bij de eerste zin heb je de indruk dat het nog wel even duurt, voordat het gebeurt. Bij de tweede zin is geen twijfel mogelijk, we inventariseren die mogelijkheden.

In het bovenstaande voorbeeld komt ook het werkwoord gaan voor. Het is hier gebruikt als een werkwoord om iets aan te duiden wat nog moet gebeuren, een soort werkwoord van de toekomende tijd. In zo’n geval kun je het werkwoord gaan ook beter weglaten. Je gebruikt gaan wel om richting aan te geven. We gaan naar huis of we gaan naar ons werk.

Willen
Ik wil graag een andere functie. In een dergelijke zin is willen gebruikt waarvoor het bedoeld is. Je wilt iets graag. Je hebt het nog niet.

Ik wil u uitnodigen voor de bijeenkomst op 4 september a.s. In deze zin is het werkwoord willen overbodig. Je wilt iemand niet alleen uitnodigen, je doet het al. Ik nodig u uit voor de bijeenkomst op 4 september a.s. Voor wie willen gebruikt om de toon wat vriendelijker te maken, heb ik een alternatief: Graag nodig ik u uit voor de bijeenkomst op 4 september a.s.